Ist Gott für mich (Rowland-Byrd en Gerhardt)

Waarom zingen wij ?

Sommige mensen zingen om hun geloof te uiten. En daar is niets mis mee. Waar het hart vol van is, daarvan stroomt de mond over. Echter, soms worden de rollen omgedraaid. Er zijn liederen die het geloof zo verwoorden, dat je – al zingend – opeens vaststelt dat je niet meer bezig bent je geloof te uiten, maar te innen, toe te eigenen. Door een geheim verbond tussen tekst en melodie maak je je al zingend de boodschap eigen: Wat je zingt wordt waar terwijl je het zingt, doordat je het zingt. Een meester in het dichten van zulke liederen was Paul Gerhardt (1607-1676): Objectief verkondigend en tegelijk persoonlijk aansprekend, warm. In dit lied vertolkt hij de boodschap van Romeinen 8,31-39: ‘Als God voor mij is, wie zal tegen mij zijn?’ Ja zelfs als alles op aarde (en in de hemel, en in het dodenrijk) samenspant om mij kapot te maken – en Gerhardt weet waarover hij schrijft – , dan nog ben ik zeker dat niets mij zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus…, de passage waar Frans Van Looveren over mediteert.

Een lied van Paul Gerhardt: Is God de Heer maar voor mij….

De melodie waarop dit lied gezongen wordt, gaat terug op een Engelse ballade uit de jaren 1590, die door Engelse toneelspelers vaak is gebruikt om teksten op te zetten (en te laten zingen). Beroemde musici als William Byrd, John Dowland, en Samuel Scheidt hebben deze melodie bewerkt. Ze staat bekend als ‘Rowland‘ (Fitzwilliam Virginal Book) en/of ‘Lord Willoughby’s Welcome Home (My Lady Nevell’s Book). Die Lord Willoughby was overigens de Engelse legeraanvoerder die in 1588 bij Bergen op Zoom de opmars van Alexander Farnese heeft gestuit, drie jaar na de Val van Antwerpen. Meer over die Lord en de ballade leest u hier

De uitvoering door The Playfords geeft aan de melodie haar originele cadans terug: die van een dans, heel toepasselijk voor het laatste couplet. De gezongen – Duitse – tekst (5 coupletten) kunt u in de video meelezen. De vertaling vindt u hieronder. De video bevat ook nog wat achtergrondinfo.

Tekst: Is God de Heer maar voor mij (Epistellezing: Romeinen 8, 31-39)

Paul Gerhardt’s Trost- und FreudenliedUit Romeinen hoofdstuk 8
 Ist Gott für mich so trete
gleich Alles wider mich,
so oft ich sing und bete,
weicht Alles hinter sich.
Hab ich das Haupt zum Freunde
und bin geliebt bei Gott,
was kann mir tun der Feinde
und Widersacher Rott?
Is God de Heer maar voor mij,
wat zou mij tegen zijn?
Ik roep: ach Here, hoor mij!
en wat mij kwelt wordt klein.
al heeft zich ook verheven
de macht van hel en dood,
ik heb voor heel mijn leven7
in God mijn bondgenoot.
Nun weiß und glaub ich feste,
ich rühm’s auch ohne Scheu,
daß Gott, der Höchst und Beste,
mein Freund und Vater sei,
und daß in allen Fällen
er mir zur Rechten steh,
und dämpfe Sturm und Wellen
und was mir bringet Weh. 
Dit weet ik vast en zeker,
dat mij de Heer bemint,
dat Hij mijn deel, mijn beker,
mijn Vader is, mijn vriend,
dat Hij geen kwaad kan willen,
dat Hij mij bij wil staan,
dat Hij de storm zal stillen,
mijn vijand zal verslaan.
Die Welt die mag zerbrechen,
du stehst mir ewiglich,
kein Brennen, Hauen, Stechen
soll trennen mich und dich;
kein Hunger und kein Dürsten,
kein Armuth, keine Pein,
kein Zorn der großen Fürsten
soll mir ein Hind’rung sein.
Wat er mij ook gebeure,
in eeuwigheid zijt Gij,
en wat ter wereld, Here,
zou scheiden U en mij?
Al tonen zich verbolgen
de groten van de tijd,
geen honger of vervolging,
niets dat mij van U scheidt.
Kein Engel, keine Freuden,
kein Thron, kein Herrlichkeit,
kein Lieben und kein Leiden,
kein Angst und Herzeleid,
was man nur kann erdenken,
es sei klein oder groß,
der’r keines soll mich lenken
aus deinem Arm und Schoß.
‘t Zij engelen of machten,
Gij maakt mij van hen vrij.
Der diepten donk’re krachten,
der hoogten hovaardij,
zij mogen mij verdrukken
en doden, Gij houdt stand;
zij kunnen mij niet rukken,
Heer Jezus, uit uw hand.
Mein Herze geht in Sprüngen?
und kann nicht traurig sein,
ist voller Freud und Singen,
sieht lauter Sonnenschein.
Die Sonne, die mir lachet,
ist mein Herr Jesus Christ;
das, was mich singen machet,
ist, was im Himmel ist.
 Mijn hart wil blij opspringen,
het kan niet treurig zijn,
ik lach en loop te zingen
in louter zonneschijn.
De zon die staat te stralen,
o Jezus, dat zijt Gij.
Ik dank U duizendmalen,
wat zijt Gij goed voor mij!
Evang.-Lutherisches Gesangbuch 395
selectie van de coupletten
Paul Gerhardt, Christliches Trost- und Freudenliedm aus dem 8. Capitel an die Römer. Eerste editie in Johann Crüger, Praxis Pietatis Melica (Berlin, 1653). Nederlands: Liedboek voor de Kerken, gezang 90, vertaling: Ad den Besten. Meer over Paul Gerhardt kunt u hier lezen.

Gij hebt, o God, dit broze
bestaan gewild,
hebt boven ‘t nameloze
mij uitgetild, –

laat mij dan dankbaar leven
de volle tijd,
geborgen in de beven-
de zekerheid,

dat ik niet uit dit smal en
onvast bestand
van mijn bestaan zal vallen
dan in uw hand.


Lied: In dir ist Freude / Geest van hierboven

Giovanni Gastoldi componeerde en publiceerde in 1591 het amoureuze dansliedje ‘O Lieta vita’ ( Baletti a cinque voci… per cantare, sonare e ballare… om te zingen, spelen en dansen.) Het werd een echte hit, 4 eeuwen geleden. Ieder land en iedere taal deed er het zijne mee. Het Italiaanse origineel is een loflied op de Liefde (Amor) die ons uitnodigt tot een ‘vreugdevol leven’ (lieta vita). Ook de kerk wilde de aanstekelijke melodie niet links laten liggen. Nicolaus Lindemann dichtte het ernstig-opgewekte lied: ‘In dir ist Freude / in allem Leide, O du süsser Jesu Christ!’ (in Amorum Filii Dei Decades Duae (3 delen: Erfurt, 1594, 1596, 1598 – vol religieuze contrafacten van Italiaanse madrigalen). Dit was toen dus een modern geestelijk liedje. Ook hier is Romeinen 8 prominent aanwezig. Dit lied werd in Duitsland een klassieker. Bachs koraalbewerking uit het Orgelbüchlein is zeer bekend èn geliefd.

Eind jaren 1960 gaf de liedboekcommissie in Nederland Muus Jacobse de opdracht om het lied van Lindemann te bewerken voor het Nieuwe Lieboek (1973). Een bewerking lukte niet,. Een lied kwam er echter bijna vanzelf uit… Het is een topper geworden, ‘Geest van hierboven, leer ons geloven, hopen, liefhebben door uw kracht’ (Liedboek gezang 477 / Zingt Jubilate 433). Het eerste couplet klnkt nu als een Pinksterlied, maar zeker in het tweede couplet klinkt nog steeds de krachtige belijdenis van Paulus door uit Romeinen 8.

De uitvoering vindt plaats in een oecumenische viering ter ere van het Lutherjaar (2017) in Nürnberg. Lastig zingen, zo’n dansliedje met een volle kerk en royale akoustiek, maar met een goed koor en Cappela della Torre op period instruments kom je een heel eind.

Tekst: Duits-Nederlands

In dir ist Freude
in allem Leide,
O du süsser Jesu Christ!
durch dich wir habben
himmlische Gaben,
der du wahrer Heiland bist:
Hilfest von Schanden,
rettest von banden;
wer dir vertrauet,
hat wohl gebauet,
wird ewig bleiben.
Halleluja.
Zu deiner Güte
steht unser Gmüte,
An dir wir kleben
in tod und Leben,
nichts kann uns scheiden.
Halleluja
Geest van hierboven,
leer ons geloven,
hopen, liefhebben door uw kracht!
Hemelse Vrede,
deel U nu mede
aan een wereld die U verwacht!
Wij mogen zingen
van grote dingen,
als wij ontvangen
al ons verlangen,
met Christus opgestaan.
Halleluja !
Eeuwigheidsleven
zal Hij ons geven,
als wij herboren
Hem toebehoren,
die ons is voorgegaan.
Halleluja !
 Wenn wir Dich haben,
kann uns nicht schaden
Teufel, Welt, Sünd oder Tod;
Du hast’s in Händen,
kannst alles wenden,
wie nur heißen mag die Not.
Drum wir Dich ehren,
Dein Lob vermehren
mit hellem Schalle,
freuen uns alle
zu dieser Stunde.
Halleluja!
Wir jubilieren
und triumphieren,
lieben und loben
Dein Macht dort droben
mit Herz und Munde.
Halleluja.
Wat kan ons schaden,
wat van U scheiden,
Liefde die ons hebt liefgehad ?
Niets is ten kwade,
wat wij ook lijden,
Gij houdt ons bij de hand gevat.
Gij hebt de zege
voor ons verkregen,
Gij zult op aarde
de macht aanvaarden
en onze koning zijn.
Halleluja !
Gij, onze Here,
doet triomferen
die naar U heten
en in U weten,
dat wij Gods zonen zijn.
Halleluja !

Geniet van uw zondag, en het leven dat God u geeft…

liedkeuze en toelichting: Dick Wursten

3 mei (aankondiging)

4de Paaszondag: Lucas Lissnyder zal naar aanleiding van de Evangelielezing mediteren over ‘de weg naar binnen’.
Emmanuel Van Kerckhoven speelt ‘Liebster Jesu, wir sind hier‘ (J.S. Bach), een gebed om Verlichting.

Muziek en bezinning komen ‘online’ om 09u30


Om het wachten te verzachten kunt u luisteren naar een aria uit de cantate Schmücke dich, o liebe Seele (BWV 180), een danklied voor de ‘lieve zon, het licht des levens’ (in de tekst is dat natuurlijk… Jezus, die net als de zon met zijn warmte ons leven verlicht). De solist van dienst is Maria Christina Kiehr.

Christ lag in Todesbanden (D-NL)

Tekst van de Bach-cantate (BWV 4)

Bespreking van de cantate en deze tekst vindt u hier.

1. Sinfonia
Violino I/II, Viola I/II, Continuo
 
2. Versus 1
S A T B (+ Cornetto, Trombones
Violino I/II, Viola I/II, Continuo
 
Christ lag in Todes Banden
für unsre Sünd gegeben.
Er ist wieder erstanden
Und hat uns bracht das Leben.
Des wir sollen fröhlich sein,
Gott loben und ihm dankbar sein
Und singen: Halleluja!
Halleluja!
1 Christus lag in de dood gebonden,
Hij gaf zich voor onze zonde.
Hij is verrezen, de Heer,
en schenkt ons nu het leven weer.
Laten wij dus vrolijk zijn,
God loven en hem dankbaar zijn
en zingen : halleluja.
Halleluja !
  
3. Versus 2
S + Cornetto, A + Trombone,
Continuo
 
Den Tod niemand zwingen kunnt
bei allen Menschenkinder.
Das macht alles unsre Sünd,
Kein Unschuld war zu finden.
Davon kam der Tod so bald
Und nahm über uns Gewalt,
Hielt uns in seinem Reich gefangen.
Halleluja!
2 Niemand kan op tegen de dood,
geen enkel mens op aarde;
Dat komt omdat door onze zonde
de onschuld is verdwenen.
Zo kwam de dood al snel aan zet
en heeft ons onderworpen,
hield ons onder zijn bewind gevangen.
Halleluja! (Kyrieleis)
  
4. Versus 3
T, Violino I/II, Continuo
 
Jesus Christus, Gottes Sohn,
an unser Statt ist kommen
und hat die Sünde weggetan,
damit dem Tod genommen
all sein Recht und sein Gewalt;
Da bleibet nichts denn Tods Gestalt;
Den Stachl hat er verloren.
Halleluja!
3 Jezus Christus, de Zoon van God,
is op onze plaats gaan staan
en heeft de zonde weggedaan.
Zo heeft hij van de dood
de rechtsmacht afgenomen.
Hem rest enkel uiterlijk vertoon:
De angel is eruit.
Halleluja!
  
5. Versus 4
S A T B, Continuo
 
Es war ein wunderlicher Krieg,
da Tod und Leben rungen.
Das Leben behielt den Sieg;
es hat den Tod verschlungen.
Die Schrift hat verkündigt das,
wie ein Tod den andern fraß,
ein Spott aus dem Tod ist worden.
Halleluja!
4 Het was een wonderlijk gevecht,
toen dood en leven worstelden.
Het leven behield de overhand
en heeft de dood verslonden.
De Schrift verkondigt dat
– toen de ene dood de ander vrat –
er met de dood gelachen mag worden.
Halleluja!
  
6. Versus 5
B, Violino I/II, Viola I/II, Continuo
 
Hier ist das rechte Osterlamm,
davon Gott hat geboten.
Das ist hoch an des Kreuzes Stamm
in heißer Lieb gebraten.
Das Blut zeichnet unser Tür;
Das hält der Glaub dem Tode für.
Der Würger kann uns nicht mehr schaden.
Halleluja!
5 Hier is het ware paaslam,
zoals God het heeft bevolen.
Het is hoog aan de stam van het kruis,
met vurige liefde gebraden.
Zijn bloed markeert nu onze deur
Daarmee bezweert het geloof de dood.
De verderver kan ons niet meer schaden.
Halleluja!
  
7. Versus 6
S T, Continuo
 
So feiern wir das hohe Fest
Mit Herzensfreud und Wonne,
Das uns der Herr erscheinen läßt;
Er ist selber die Sonne,
Der durch seiner Gnaden Glanz
Erleuchtet unsre Herzen ganz;
Der Sünden Nacht ist verschwunden.
Halleluja!
6 Laat ons dan vieren ‘t hoge feest
verheugd van hart en blij van geest:
Het is de Heer die ons dit geeft.
Hij is het licht, hij is de zon,
Die met de glans van zijn genade
onze harten weer laat stralen:
De nacht der zonde is verdreven.
Halleluja!
  
8. Versus 7
S A T B, Continuo (+ Instr)
 
Wir essen und leben wohl
In rechten Osterfladen
Der alte Sauerteig nicht soll
Sein bei dem Wort der Gnaden.
Christus will die Koste sein
Und speisen die Seel allein,
Der Glaub will keins andern leben.
Halleluja!
7 Wij eten en leven goed:
in echte Paaskoeken
kan geen oud zuurdeeg zitten
tegelijk met het genadewoord.
Christus wil tot lafenis
en spijs voor onze zielen zijn:
Van iets (iemand) anders wil het geloof niet leven.
Halleluja!

Nederlandse vertaling: Dick Wursten
Voor zingbare versies, zie Liedboek 1973 (J.W. Schulte Nordholt, Die in de dood gebonden lag) en Liedboek 2003 (Jaap Zijlstra, Christus lag in de dood terneer).

Beloken Pasen (BWV 4) – aankondiging

In plaats van een echte Bach-cantatedienst krijgt u hier op de zondag na Pasen (19 april) een muzikaal-bezinnende bespreking te lezen (en te horen) van BWV 4: Christ lag in Todesbanden. Een koraalcantate in goede oude stijl, gebaseerd op Luthers strofische bewerking van de Paassequens: Victimae Paschali Laudes. Tekst en melodie zijn beide nauw aan elkaar verwant.
Détail: In Bach’s tijd is de hele toonsafstand (secunde) waarmee d originele melodie begint (dorische kerktoon) een halve toonsafstand geworden (majeur/mineur systeem). Dat biedt veel expressieve mogelijkheden. In de Sinfonia kunt u het al horen (bijv. in de opname onder afbeelding – gespeeld op de piano).
Tot zondag !

Christ lag in Todesbanden, uit Johann Walter, GEYSTLICHE GESANGKBUCHLEIN 1524/5
Sinfonia uit BWV 4 – piano

Tot zondag !

.

Palmzondag

In het voorjaar van het jaar 30 (of daaromtrent) is rabbi Jezus populairder dan ooit, zeker nadat de mare is verspreid dat hij een dode zou hebben opgewekt. Het volk is er inmiddels zeker van: Dit is de nieuwe koning, de zoon van David, door God gestuurd om die vermaledijde Romeinen eens en voorgoed het land uit te drijven en het koninkrijk van Israel te herstellen. En als men in Jeruzalem verneemt, dat Jezus met zijn volgelingen op weg is naar de stad om het Paasfeest (Pascha, Pesach) te vieren, weet iedereen het plots zeker: Dit is het moment! Nu gaat het gebeuren, nu! Vanuit de stad stromen de mensen hem tegemoet. Ze zwaaien met palmtakken, spreiden hun mantels op de grond, rollen de rode loper voor hem uit, en zingen: ‘Hosanna, gezegend hij die komt in de Naam van de Heer, Hosanna in den hoge’ (Psalm 118).

Maar wonderlijk. Het voorwerp van al dit enthousiasme ondergaat het meer dan dat hij ervan geniet. Waarom staat hij niet recht, waarom steekt hij zijn handen niet in de hoogte? Waarom houdt hij geen vlammende toespraak? Waarom zwijgt hij? Het antwoord is simpel, en diep:

‘Wat zij toejuichen is de Christus niet;
en wat Christus is juichen zij niet toe’.

Lied van het offer
naar Johannes 12:20-25

Stad van jubel, stad van feest,
tempelstad, uw offers, uw gebeden,
onvolkomen zijn ze, zoek uw vrede
toch in Hem die heel maakt en geneest.

Stad vol poorten naar rondom,
waar uw zonen zingend binnenstromen,
zie uw priester tot zijn roeping komen,
zie het Lam dat naar het altaar komt.

Zij die vragen Hem te zien,
weten zij tot Wie zij zijn genaderd?
Al zijn heerlijkheid heeft Hij genadig
afgelegd, Hij is een knecht die dient.

Want indien het graan niet sterft
wordt het niet tot vrucht vermenigvuldigd.
Wie zijn leven vasthoudt is het schuldig:
Zie de mens, verdreven van Gods erf.

Stad, gegrond op heilgebod,
zie uw vloek wordt uit u weggezonden,
zie de priester zelf draagt al uw zonden,
Hij verbloedt en maakt u vol van God.

Inge Lievaart, Woord & Antwoord (Callenbach, Nijkerk, 1971)

Ik weet het, een gedicht moet je niet uitleggen. Dus dat ga ik ook niet doen. Maar onder de titel staat een tip: ‘naar Johannes 12:20-25’. Als je dat opzoekt, dan ben je getuige van een ontmoeting tussen Jezus en enkele buitenlandse volgers, uitlopend op een gesprek zoals je alleen in het Johannes-evangelie kunt vinden. Jezus bevestigt eerst dat zijn moment de gloire inderdaad is aangebroken, maar in de volgende zin wijst hij hen (ons) erop dat dat wel eens heel anders kan uitvallen dan zij verwachten. Hij zal verheerlijkt worden, zeker, maar niet door de macht te grijpen, maar door zijn leven uit handen te geven:

“Indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft,
blijft hij alleen met zichzelf, maar als hij sterft, draagt hij veel vrucht.
Wie zich aan zijn leven vastklampt, die zal het verliezen,
maar wie zijn leven loslaat, die behoudt het voor eeuwig.”

Op het toppunt van zijn macht, op Palmpasen, toen hij met een knip van z’n vinger een revolutie had kunnen veroorzaken, koos hij ervoor om zijn macht niet te gebruiken om de mensen te geven wat ze wilden, maar wat ze nodig hadden: niet door de zoveelste machtsgreep, maar door een ‘geste’ te doen, die nog niemand hem had voorgedaan: Hij zag af van de macht die hem werd aangeboden, omdat het geheim van het echte leven niet zit in wat je ‘grijpen kunt’ maar in wat je ‘geven durft’.

Moge de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus, onze Heer.

Ds. Dick Wursten

Nieuw leven

Overal wacht nu
binnen gespannen schutsblad
jong groen lenteblad
laat wat op tederheid wacht
toch niet door kilte sterven


Het schutsblad buigt uit
door de groeiende bloesem
en laat zich vallen —
ze laat de kinderhand los
het kind rent recht van haar weg

[Inge Lievaart, Zien hoe het spiegelt, Kok-Kampen, 1998, p. 38]

De dichtvorm is een ‘TANKA’, een oude Japanse dichtvorm van vijf regels met resp. 5-7-5-7-7 lettergrepen. (‘regels’, ‘lettergrepen’ zijn Westerse termen die de corresponderende Japanse taalkundige termen het best benaderen)