Meine Seel’ auf Rosen geht

Een zin uit strofe 33 van het 34-strofige lied over Jezus Lijden. Jesu Leiden, Pein und Tod…

Bijv. in BWV182. Weer zo’n mystieke (betekenis-dikke) tekst. Ook in het koraal. Meine Seele auf Rosen geht. De mooie vertaling van Ria van Hengel dat mijn ziel ‘dolgelukkig’ is, zal wel correct zijn, maar offert de ‘hypertext’ die deze zin kenmerkt op, nl. de verwijzing naar het Hooglied, hoofdstuk 2: 1,2 en 16. Hier betreft de klassieke allegorische uitleg de rozen/doornen, incl. het ‘weiden temidden van de rozen’ op Christus die de doornenkroon moet dragen: Hij de doornen van de hellepijn, wij de welriekende bloemen van het paradijs.

Ich bin eine Blume zu Saron und eine Rose im Tal.
Wie eine Rose unter den Dornen,
so ist meine Freundin unter den Töchtern.
Mein Freund ist mein,
und ich bin sein, der unter Rosen weidet.